Search for content, post, videos

“Ik ben altijd heel gemotiveerd geweest om anderen te bewijzen dat ik het wel kan” – Interviewartikel

Memo, wat een afkorting is voor zijn echte naam, Mohammed (30) vluchtte in 2010 uit zijn geboorteland Syrië, naar Nederland. Hij is oorspronkelijk Koerdisch en werd daarom door het regime in Syrië niet gelijk behandeld. Omdat hij zich verzette tegen het regime in Syrië was het niet veilig meer voor hem om te blijven. Memo verliet zijn vrienden en familie om vervolgens een toch te maken door mijnenvelden en met illegale documenten grenzen over te reizen. Nederland was de eindbestemming.

Maakte je discriminatie mee in Syrië?
“Niet van de mensen met wie ik omging, maar wel van het regime. In Syrië, mocht ik officieel geen Koerdisch praten. Met vrienden op school deed ik het wel stiekem. Maar een leraar zou ik  bijvoorbeeld nooit  in  het Koerdisch durven aanspreken omdat het verboden was. Als ik met mijn vrienden of familie in Koerdisch sprak, moesten  we altijd op onze hoede zijn. Het feit dat ik mijn moedertaal niet mocht spreken, was voor mij niet een  hele grote belemmering, ik had er mee leren leven en het geaccepteerd.

Wat was een moment tijdens je reis naar Nederland dat je nooit meer zal vergeten?
“Dat was op het vliegveld in Istanbul. Ik zou vanaf daar naar Amsterdam vliegen. Ik stond in de rij voor de douane met een vals paspoort in mijn handen geklemd. Ik wist dat ik in grote problemen zou komen als de douanier dat zou ontdekken.”

Uit een onderzoek van EenVandaag blijkt dat 50 procent van de vluchtelingen zich eenzaam voelen in Nederland. Herken jij dit?
“Ja, want als je je familie niet bij je hebt, heb je niemand om mee te praten. Als je bijvoorbeeld een slecht cijfer haalt of je hebt met iemand ruzie ben je er aan gewend om met je familie of vrienden over dit soort alledaagse dingen te kunnen praten. Als dat wegvalt kun je je daardoor soms best alleen voelen. Vooral de eerste paar jaar in Nederland waren eenzaam, maar uiteindelijk heb ik vrienden gemaakt en kreeg ik meer mensen om me heen om mee te praten.”

In de periode van de gemeente- raadsverkiezingen zag ik het PVV- campagnefilmpje: “Islam is dodelijk.” Dit is maar één voorbeeld van discriminatie tegen vluchtelingen en Moslims in de media. Wat doet dit met jou?
“Ik volg de PVV op Facebook en ik zie alle filmpjes van Geert. Per ongeluk had ik een filmpje van de PVV geliked op Facebook. Ik kreeg meteen een reactie van een vriend van mij die vroeg of ik nu tegen vluchtelingen was. Ik moest lachen, die like ging natuurlijk per ongeluk. 99 procent van de Moslims in Nederland zijn niet extremistisch dus ik voel me niet echt aangesproken.Ik weet heel veel van mijn geloof, omdat ik goed Arabisch kan en ik heb in Syrië veel geleerd over de Islam. Sommige mensen die slechte dingen doen en zeggen dat ze Moslim zijn weten niet waar ze het over hebben. Extremisten geven een slecht beeld over de Islam en weten niet genoeg over de Islam.”

“Ik heb Nederlands geleerd doordat ik m’n best deed om vrienden te maken, ik ging naar cafés en leerde mensen kennen.”

Het artikel: “De denkfout over vluchtelingen” in de Volkskrant laat zien dat er uit onderzoeken is gebleken dat vluchtelingen een nieuwe onderklasse kunnen gaan vormen in de Nederlandse samenleving.Heb jij ooit het gevoel gehad dat je tot een soort ‘onderklasse’ behoort in de samenleving?
“Nee, want ik ben altijd heel gemotiveerd geweest om aan iedereen te bewijzen dat ik het wél kan. Ik heb bijna drie jaar in AZC’s gewoond. Om de Nederlands taal te kunnen leren moest je geld betalen en dat had ik niet. Sommige vluchtelingen in het AZC hadden niet eens genoeg kleding. Iemand met wie ik in het AZC op de kamer sliep stonk verschrikkelijk. Ik vroeg waarom hij geen schone kleding aan deed en ging douchen. Hij legde uit dat hij geen andere kleding bij zich had, ook geen onderbroeken. Ik gaf hem toen een onderbroek en een t-shirt van mij. Sommige mensen hebben letterlijk niets in het AZC. Als je zo lang moet wachten en geen Nederlandse les krijgt verliezen sommige mensen hun vertrouwen en motivatie om aan hun toekomst te werken. Ik heb Nederlands geleerd omdat ik m’n best deed om vrienden te maken, ik ging naar cafés en leerde mensen kennen. Zo ontmoette ik een iets oudere man, die mij vrijwillig één keer per week les gaf en mij zo de taal leerde.”

”Ik zag iemand voorbij rijden opeen mooie rode fiets. Ik dacht; later wil ik ook zo’n fiets, ik ga een opleiding volgen, werkenen een fietskopen. Maar als je jaar in jaar uit alleen maar vanaf de zijlijn kunt kijken naar voorbijrijdende fietsen denk je op een gegeven moment: Wat doe ik in dit land?”

Wat moet er veranderd worden aan de situatie voor vluchtelingen?
“De PVV schetst een beeld dat lijkt alsof vluchtelingen hier komen om te profiteren van Nederlands belastinggeld en dat vluchtelingen niet welwillend zijn om bijvoorbeeld de Nederlandse taal te leren. Mij is het gelukt om Nederlands te leren en een opleiding hier te volgen, maar voor veel andere vluchtelingen gaat dit moeilijker en dat kan komen door verschillende factoren. Dit probleem ontstaat bij het begin van het verblijf van vluchtelingen in Nederland. Ik heb mensen gezien in het AZC die gek worden. Jarenlang zitten mensen eigenlijk opgesloten in een AZC. Het enige wat je kunt doen is mensen observeren. Ik zag iemand voorbij rijden op een mooie rode fiets. Ik dacht; later wil ik ook zo’n fiets, ik ga een opleiding volgen, werken en een fiets kopen. Maar als je jaar in jaar uit alleen maar vanaf de zijlijn kunt kijken naar voorbijrijdende fietsen denk je op een gegeven moment: “Wat doe ik in dit land?” Vooral voor ouderen is het moeilijk om aan te passen aan de cultuur en om de taal te leren. Ik heb gezien dat sommige mensen aan het begin van de dag een Nederlands woord leerden en aan het einde van de dag alles weer vergaten.”

“Tijdens mijn verblijf in het AZC hielp ik soms andere vluchtelingen met het vertalen van gesprekken met het hulpverleners. Ik kan nog herinneren dat ik een oudere man hielp met het vertalen van een gesprek dat hij had met het met de hulpverleners. De oudere man was altijd heel rustig en op zichzelf, hij praatte niet veel. Acht jaar lang verbleef hij al in het AZC omdat zijn verzoek voor een verblijfsvergunning telkens werd afgewezen en hij daarvoor in hoger beroep is gegaan. Tijdens een gesprek waarin de man zou gaan horen of hij wel of geen verblijfsvergunning kreeg, waar ik de rol had als tolk, bleek dat zijn verzoek voor een verblijfsvergunning voor de zoveelste keer werd afgewezen. Een man, die altijd rustig bleef en nooit iemand kwaad deed sloeg hard op de tafel en gooide zijn stoel aan de kant. “Hoe lang duurt dit nog?!” werd kwaad door de kamer geroepen.”

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Feedback